In gedachte loop ik naar de afvalcontainers want natuurlijk scheid ik het afval en dus loop om de twee dagen naar de daarvoor bestemde container. Het is een kort loopje, zo na het eten, eigenlijk geen moeite maar toch…
Mijn vader had een kruidenierswinkel waar ik geregeld moest helpen afwegen. Ja, op de gram af nauwkeurig moest ik 500 gram in een bruine papieren zak scheppen. Zat het juiste gewicht erin, (gecontroleerd) dan ging de opening tegen elkaar, de bovenkant moest ik scherp omvouwen zodat de inhoud compact in de verpakking kwam te zitten. De witte zakken waren bestemd voor 1000 gram suiker.
Als ik volgens mijn vader voor de suiker was ‘geslaagd’ dan mocht ik voorzichtig met de eieren aan de slag. In de kelder stond een enorm grote houten kist, daar lagen de eieren op kartonnen treetjes gestapeld. Het was een eer, als je de breekbare eitjes in papieren zakken mocht stoppen.
Zakken van 10, waren licht bruin en die van 6 donkerbruin. De zakken moest ik dan in rieten mandjes leggen en zo de eitjes heel in de winkel zien te krijgen.
Mijn moeder stuurde me met lege, gebruikte papieren broodzakken (kosten van een broodzak: twee cent) naar de bakker.
Dikwijls zwierf ik over de Albert Cuyp markt. De gekochte vis werd in een krant gerold net als de groenten. Aardappelen en uien zaten in een juten zak die veelvuldig werd hergebruikt.
Zo leerde ik niet alleen de begrippen: pond, half pond, kilo en ons maar ook zuinig zijn. Ik werd er zelfs handig van.
Ik kan me geen plastiek verpakking voor de geest halen. De melk, de slaolie, de jammetjes, het zat in het glas. Roomboter zat in vetvrij papier-het plastiek kuipje was nog niet uitgevonden-kaas ging in kaaspapier over de toonbank.
Waarom kunnen daar niet naar terug? In een kleine 100 jaar hebben wij het toch maar mooi voor elkaar gekregen dat er echt maar dan ook echt óveral plastiek in en om zit. Het zit in ons lijf, in onze hersenen. Wij zijn hard op weg om te verplastikken. In de supermarkt erger me groen en geel. Ik ben ervan overtuigd dat het minder kan en moet.
Ik sta bij de container, probeer de klep te openen, hij klemt. Om me heen staan overvolle zakken met plastiek, ik zet mijn zak er ook maar bij, mijn plastiek zak, toch wel handig.
‘Wat is plastiek toch een zege’.