Het was de metamorfose van moeder natuur. Van ijzige kou en donkerte, naar meer licht en langzaam een stukje warmte. De koperen bol deed mij soms ook stralen.
Maar die dag niet. Waar het buiten zonnig was, was het binnen wat bewolkt.
Net een tijd achter de rug die haast niet samen te vatten is, niet te benoemen. “Onverwacht” is nog te zacht uitgedrukt.
Een emotionele achtbaan, onwerkelijkheid zijn woorden die de revue gepasseerd hebben. Ik noemde hem “De grap in mijn kop.” En een slechte grap was het. Gelukkig is het goed afgelopen en was het een goedaardige grap die goed geopereerd is. Maar dan landt alles en komt het besef van wat er gebeurd is.
En dan is hij er. Ik doe een paar stappen naar buiten. Om even een ommetje te maken en mijn hoofd te legen. Grappige woordspeling eigenlijk in deze context. Ik trek mijn deur dicht, en met volle borst
werd ik toegezongen. Wat hij zong verstond ik niet. Ik sprak zijn taal niet en hij die van mij niet toen ik “Wat leuk” uitkraamde. Maar het deed hem gelukkig ook niet schrikken. Zachtjes praatte ik tegen hem en het leek of hij luisterde. Dit kleurrijke mannetje. Ik ben in mijn leven niet vaak toegezongen door mannen. Maar deze compenseerde dat meer dan. Even mijn ogen dicht en als een meditatie volgde ik zijn akkoorden en noten. Een serenade voor mij en het was geen eens Valentijnsdag. Ze zeggen dat elke dag wel een gouden randje heeft. Soms moet je ze goed zoeken, maar
dat was vandaag niet nodig. Dit onverwachte deuntje van mijn gevleugelde nieuwe vriend maakte een hoop goed. Ik noem hem Robin.