Over vuur (3 scenes)

Door: Afke Jong

Scene 1

Een draak. Mijn lieve schat is plotseling veranderd in een draak. Vuur spuwt uit de blauwgrijze oogjes en lange slierten snot plakken als schubben op haar wangen terwijl ze over de grond naast de commode rolt. Door het witte rompertje zijn de poepvlekken op haar ruggetje duidelijk zichtbaar.

Ik vrees voor de zachte gele vloerbedekking die haar vader zo secuur in haar kamertje heeft gelegd. Hij knipte de stroken precies op maat en plakte ze aan de ondervloer. Toen het klaar was streek hij liefdevol over het kleed. Eerder had hij mijn bezwaren over vlekken door vingerverf en plakkerige vieze handjes resoluut van de hand gewezen. ‘Dat maken we wel weer schoon.’ Alleen de allerfijnste wol was goed genoeg voor ons kindje.

Mijn moedergevoelens worden op de proef gesteld door de bijna dierlijke tentoonstelling van oer- emoties. Ik wil laten merken dat ik me niet van mijn stuk laat brengen en pak mijn dochtertje onder haar oksels. Ze strekt zich uit en probeert zich los te worstelen. Een straaltje geelbruine poep loopt langs haar beentje en drupt op de vloer. Shit! Nu verander ík in een draak, ik spuw vuur; ‘en nu is het afgelopen!’ Met een bonk leg ik haar op de commode. Ik ruk het rompertje los en trek het over het hoofdje, vieze luier los, oprollen en in de pedaalemmer, ‘lig stil!’, doekjes, schone luier, schoon rompertje aan.

De rode waas trekt langzaam weg. Hijgend neem ik de schade op. Tranen glinsteren in de ogen van mijn baby. Ze is stil, haar vuur is geblust. Een steen valt in mijn maag. Zo wilde ik het helemaal niet! Ontsteld kleed ik haar verder aan, maillotje, kort broekje, een warm truitje. Ik druk berouwvolle kusjes op haar voorhoofdje. Mijn traan biggelt in haar oogje. Ze knippert het weg. ‘Sorry,’ fluister ik.

Scene 2

Lang geleden in een land hier ver vandaan leefden draken in hun eigen keizerrijk. Het land werd beschermd door twee machtige bergketens die ervoor zorgden dat het dal altijd groen was. In het noordelijkste puntje woonde Wang-Lei met haar dochter. Het terrein was al generaties lang in de familie en stond vol met appelbomen.

Toch was Wang-Lei, wiens naam Krachtige Bliksem betekent, niet gelukkig. Dat kwam door een akelig familiaal trekje. Zodra Wang Lei zich bang of boos voelde spuwde zij een geweldig vuur. Uit haar opengesperde bek konden soms wel vlammen van vijf meter lang ontsnappen.

Wang-Lei’s dochtertje, Yang-Hua, was een schattig klein draakje met felgekleurde schubben die oplichten als de zon erop scheen. Wang-Lei hield intens van haar. En daar zat meteen het probleem. Want als Yang-Lua in haar speelse enthousiasme uit een appelboom viel en met een gekneusde snuit naar haar moeder rende, schrok Wang-Lei zo dat ze ontvlamde. In plaats van troostende woordjes ontsnapte een roodgloeiende vuurbal uit haar bek die haar dochtertje ternauwernood verschroeide.

Wang-Lei deed er alles aan om haar vuur in toom te houden. Ze zoog op ijsblokjes totdat haar tanden pijn deden en prentte zichzelf in niet boos te worden maar tot haar grote wanhoop hielp het allemaal niet. Daarom besloot ze dat Yang-Lua beter af was zonder haar en ze bracht haar naar een kostschool. Op de kostschool kwijnde het draakje weg. Haar schubben werden vaal en ze viel nooit meer uit een boom omdat ze geen zin had erin te klimmen.

Wang-Lei begreep dat ze een grote fout had gemaakt. Ze besloot dat het tijd werd haar korte lontje te accepteren. Ze maakte haar vuur nuttig en begon een smederij waar ze prachtige kunstwerken smeedde. Daarna haalde ze Yang-Lua op. En zo leefden moeder en dochter nog lang en gelukkig.

Scene 3

Anna legt de telefoon neer en staart door het raam. Buiten is het al donker geworden. Dit was misschien wel één van de moeilijkste gesprekken sinds het begin van haar stage bij de Luisterlijn. Ze draait zich om naar Leonie die ook kantoordienst heeft en vertelt.

‘Een moeder belde. Ze vertelde over haar dochtertje. Heel liefdevol, dat ze al een beetje kon lopen, hoe lekker ze naar babyzeep ruikt en dat het kindje al mamma kan zeggen, dat soort dingen.’ ‘Hm, hm.’ ‘Langzamerhand begon de moeder steeds zachter te praten. Op een gegeven moment bleef het stil. Even dacht ik dat ze opgehangen had, maar toen fluisterde ze dat ze vaak haar geduld verliest. Ik kon haar bijna niet verstaan toen ze zei dat ze soms heel hard schreeuwt tegen haar kindje.’

Anna kijkt in haar schoot. ‘Het leek wel alsof ze bang was de woorden uit te spreken. Vanochtend had ze het meisje veel te hard vastgepakt.’ Een traan biggelt over Anna’s wang. ‘Toen ze de angst zag in dat gezichtje waar ze zoveel van hield en wist ze dat het zo niet verder kon. Voorzichtig fluisterde ik dat het goed was dat ze belde. Weer bleef het heel lang stil, maar deze keer voelde ik dat ze er nog was. Toen vertelde ze dat ze dacht dat het meisje beter af was zonder haar.’ De traan drupt op haar rok. ‘Even dacht ik dat ze zelfmoord wilde plegen, maar toen zei ze dat ze het meisje naar een pleeggezin wilde brengen. En ik zei dat ik kon horen hoeveel ze van haar dochtertje hield. Ze begon te huilen en ik luisterde naar haar. Toen hing ze op.’|

Jaren later, als Anna zelf kinderen heeft, denkt ze weleens terug aan dit gesprek. Ik begrijp je, zegt ze tegen de vrouw.

Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

De Verhalenkaravaan is een initiatief van de Bibliotheek Amstelland en komt mede tot stand dankzij de inbreng van de inwoners van Amstelland.