Milieu

Door: Lieselot Degenhart

Kan me de tijd heugen dat ik na schooltijd snoepjes thuis kwam ophalen voor mijn vriendinnen en mijzelf en dat mijn moeder mij vanaf de trap in ons portaal toeriep dat ik de plastic snoeppapiertjes in mijn jaszak moest stoppen. en als mijn jaszak vol zat dat ik ze dan gewoon in de brievenbus kon gooien om deze daarna keurig in de vuilniszak te dumpen. Gewoon 1 bak met een grijze vuilniszak. Dat was voor het milieu. We praten dan over de jaren 80.

Ik stapte af van de haarlak, want daar zat CFK in en dat zorgde voor een gat in de ozonlaag. Geen idee wat dat precies betekende, maar het klonk ‘eng’. Net zo ‘eng’ als de komst van de Russen, als de dood was ik voor oorlog. Geruststellend kwam mijn opa bij mij zitten om te vertellen dat ik niet bang hoefde te zijn, dat alles goed zou komen.

De huidige tijd met 3 onooglijke vuilnisbakken voor de deur die vaak te smerig zijn om vast te pakken en opgeleukt worden met stickers van katten, vlinders of puppy’s, het was een ver van ons bed show. En een show is het als je bedenkt dat alles op de grote hoop terecht komt. Daar kwam ik achter toen ik met een cliënt en een collega met de trein richting Parijs vertrok. Treinen rijden niet of vertraagd, maar in dit geval erg vroeg. Moe keek ik in gedachten door het raam en ik zag mensen keurig hun afval scheiden op het perron. Vervolgens kwam er een meneer aan in een wagentje en kieperde het zorgvuldig gescheiden afval erin. “Apart” dacht ik, maar besteedde er destijds weinig aandacht aan.

Terug naar de Jaren 80 en als fervent Greenpeace lid ging ik de school rond om handtekeningen te verzamelen voor de dieren die vastzaten in veel te kleine hokken, zeehonden die doodgeknuppeld werden voor hun vacht of ellenlange tochten die dieren moeten doorstaan om uiteindelijk geslacht te worden ergens in weet ik veel waar. Tot lichtelijke schaamte van mijn moeder, maar met een kleine glimlach van mijn vader stak ik in het voorbij gaan met de auto structureel mijn middelvinger op naar elke chauffeur die een kudde dieren naar de slacht bracht. En nu teken ik nog steeds met dezelfde boosheid als toen handtekeningen acties van Greenpeace of Wakker Dier, maar gooi met evenveel gemak mijn peuk uit het raam van de auto. Ik ben inmiddels 49 jaar, zwaar in de overgang en een groot deel van mijn idealen kwijt. Weemoedig denk ik aan wat mijn opa en oma, mijn vader en mijn moeder al lang wisten. De geschiedenis herhaald zich, fossiele brandstof geeft de minste vervuiling alle zonnepanelen ten spijt, armen worden armer en rijken worden rijker, waarom 2 minuten stil zijn op

5 mei

als er elke dag nieuwe, oude of opnieuw opgelaaide oorlogen zich opdringen in het nieuws? Het is 2025, influencers die weinig zinnigs te zeggen hebben maken deel uit van ons dagelijks bestaan middels Facebook, Tik Tok en X en andere social media ellende.

En we staan voor dezelfde dilemma’s als in de jaren 80, alleen zien die er nu anders uit. Bij elke Tesla rijder denk ik: wie of wat steun je nou? Het milieu, je ego of je bedrijf? De wereld die we achter laten voor onze kinderen of kleinkinderen of voor meneer Musk en consorten? De man X met het meeste geld ter wereld is in staat de armoede op te lossen. De man die de elektrische auto tot een status symbool maakte. Maar wat doen we in vredesnaam met al die accu’s? Mag Afrika dat ook weer oplossen?

Zoals je kunt lezen heb ik mijn vraagtekens bij de mensheid. Met bewondering en een onderdrukte traan kijk ik daarom naar de dierenwereld. Een net geboren olifantenkalf heeft moeite met opstaan. En opstaan in de wereld en zeker in deze wereld is zo belangrijk. Moeder olifant wordt onrustig, met haar slurf probeert zij haar baby te laten staan wetende dat de kudde verder zal trekken als deze situatie te lang gaat duren. De slurf als een arm van een mensen moeder. De kudde wacht draalt en kijkt. Ze moeten verder. Een bittere strijd wacht hen, op zoek naar water, verkoeling en een modderbad. Oma komt aangestormd, jaagt moeder weg van haar kalf en zet de kleine op de benen. Alleen ben je niks, maar met de kudde ben je samen.
|
Ik lach een weemoedige glimlach als ik een wat oudere mevrouw in de supermarkt hoor zeggen: “Zoute rijen, dat is lang geleden.” Voor de duidelijkheid voor de jongere generatie, zoute rijen is snoep. Verpakt in plastic. Plastic dat thuishoort in een vuilnisbak met grijze vuilniszak. De grote vuilnishoop die wij mensen maken wordt inmiddels gescheiden. Nou ja voor een deel van de mensen. Mijn lief woont in Den Haag en heeft goddank geen tuin. Elke dag brengt hij keurig een grote vuilniszak met troep naar de container voor de ondergrondse. In schril contrast overigens tot zijn buurman met tuin. Die heeft gewoon 3 vieze bakken met stickers. Anno 22e eeuw kennen we vlieg en baarschaamte. En terecht, we hebben veel mensen op deze kleine wereldbol, beetje te veel. En te weinig voorzieningen om die populatie te voorzien van de basisbehoeften, vandaar dat alles duurder wordt. Ik denk aan mijn opa, aan zijn geruststellende gefluit en zijn zachte ogen. Ik zou mijn moederlijke arm willen leggen om mijn 18-jarige zoon en eigenlijk aan de gehele jongere generatie, hen zacht in de ogen kijken en willen zeggen: “Het komt goed.”

Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

De Verhalenkaravaan is een initiatief van de Bibliotheek Amstelland en komt mede tot stand dankzij de inbreng van de inwoners van Amstelland.