Winters

Door: Michael Pantlin


Zittend bij het raam in de woonkamer neem ik uitgebreid de tijd voor koffie en een speculaasje. Op deze novemberochtend staat de zon laag, maar zijn bleke stralen komen net boven het dak van de buren en verlichten mijn terras.

Ik had gisteren de chocola-bruine eikenbladeren van het terras geveegd, maar er liggen alweer nieuwe. Als ik goed kijk zie ik een glinsterend dunne laag suiker op de blaadjes. De weerman had gelijk — er is vorst geweest vannacht.

Een ekster huppelt tussen de verflenste struiken op zoek naar nootjes die hij vervolgens tussen de winterviolen in de plantenpot verstopt. Ik ren naar buiten om de zwart/witte vogel weg te jagen. Meteen zie ik mijn adem veranderen in witte wolkjes die omhoog stijgen naar de blauwe lucht.

Het is stil buiten, want de natuur bereidt zich op een koude periode voor. De kikkers in de vijver houden zich schuil in de modder, sommige planten lijken wel dood maar anderen zijn vol met vuurrode bessen. De wind is gaan liggen waardoor de vorst het oppervlak van de vijver in een spiegel van dun glad ijs heeft veranderd. Ik ben in afwachting van wat komen gaat. Zal het weer zo’n kwakkelwinter worden? Of een echte winter?

Ik moet denken aan mijn eerste winter in Nederland. Het was december 1963 toen het ijs dik genoeg was om te schaatsen. Ik had nooit mensen op het ijs gezien. Het was een vreugdevol schouwspel waar jong en oud aan meedeed. Ik stond eenzaam aan de kant, want ik had nooit leren schaatsen. Een vrouw kwam met een paar botjes aan en hielp me om ze vast te binden. Toen ik  stond, trilden mijn voeten van de ongewone houding, en ik viel om. Ik zette door en na een paar dagen kon ik schaatsen zonder te vallen. Elke avond waren de grachten sprookjesachtig verlicht met fakkels, en de melodie van romantisch dansmuziek hield me in beweging. Met een beetje geluk ging ik hand-in-hand met een aantrekkelijk meisje, onze benen in harmonie met elkaar en de muziek. Wat was ik blij dat ik kon schaatsen!

Ik dacht ‘leuk als in Nederland winters altijd zo zijn’ want in Engeland kende ik dit schouwspel niet. Maar kunnen we in Nederland nog op een echte winter hopen? Met een strakblauwe lucht wil ik wandelen waar de sneeuw knispert onder mijn voeten en waar lange ijspegels in de dennenbomen fonkelen. Met een witte Kerst, en de hele familie aan tafel voor de Christmas pudding. Een echte winter die alles een paar dagen ontregelt, zodat iedereen weer weet wat een echte winter is.

Mijn gedachten komen terug naar het hier-en-nu als een roodborst neerdaalt uit de eik. Hij kijkt mij vragend aan. Ik knik terug. We weten allebei dat zelfs tijdens de diepste kou, de belofte van warmte en nieuw leven altijd aanwezig is.

Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

The Verhalenkaravaan is an initiative of the Bibliotheek Amstelland and is made possible in part by contributions from the residents of Amstelland.