Op een winteravond

Door: Michael Pantlin

Je bent klaar om boodschappen te halen. 
Je doet het één keer per week, met de auto. 
Ze heeft je een lijstje gegeven, 
gekrabbeld op een stuk papier, gescheurd van de krant. 
Alles door elkaar, geen geordende lijst. 
Je klaagt niet, maar herschrijft het. 
Een nette lijst, leesbaar in de winkel. 

Het is een winteravond. 
Je pakt de tassen en de lege flessen. 
Als je de voordeur opent, 
waait een vlaag sneeuwvlokken naar binnen. 
Je doet een sjaal om je nek, 
pakt je muts. 
Je weet dat je eerder had moeten gaan, 
want de NOS had sneeuw voorspeld. 
Net als je de deur dichtdoet, 
zegt ze iets over avocado’s. 
Je kunt haar niet goed verstaan, 
maar je weet wat ze altijd zegt: 
koop alleen de groene, glanzende, niet de bruine. 
Alsof je dat nu nog niet wist, maar toch. 
 
Je zet de autoradio aan en rijdt naar de supermarkt. 
De parkeerplaats is zowat leeg. 
Wie zou, met dit weer, de moeite nemen om boodschappen te doen? 
En op dit uur van de avond, in het donker. 
Je had eerder moeten gaan, 
maar je winkelt liever als het rustig is. 
Je houdt van een lege parkeerplaats, 
lege gangpaden, geen rij bij de kassa. 
 
Een stem op de radio trekt je aandacht. 
Je blijft in de auto zitten, 
geïntrigeerd door wat er wordt gezegd. 
De sneeuw begint zich op de voorruit te verzamelen, 
blokkeert je zicht, sluit je in. 
Je hebt de motor uitgezet, 
alles is stil, behalve die stem op de radio. 
 
Je schrikt op als je een tweede stem hoort, 
niet van de radio. 
Waar komt die vandaan? 
Je kijkt naar buiten in de duisternis, 
door de sneeuwvlokken op het zijraam. 
Je ziet een vreemde gebaren, 
zwaaiend met zijn armen. 
Een man, bijna helemaal bedekt met sneeuw. 
Zijn gezicht is slecht te zien. 
Je vraagt je af wat je moet doen. 
Het raam naar beneden doen? Een klein beetje? 
Om te horen wat hij zegt? 
Dat kan toch geen kwaad, een klein kiertje,
zodat je hem kunt verstaan. 
 
Hij zegt dat hij zijn auto niet kan starten, 
“Heb je een startkabel?” 
 
Natuurlijk heb je die, 
want je wilt niet afhankelijk zijn van anderen. 
Maar je kunt makkelijk zeggen dat je er geen hebt. 
Hij weet het toch niet. 
Dan ben je van hem af, 
valt hij je niet lastig. 
 
Je zou hem hier in de sneeuw achterlaten als je dat deed. 
Je vraagt welke auto van hem is. 
Hij wijst, maar jij kijkt niet die kant op. 
Je kijkt naar zijn gezicht. 
Je doet het raampje iets meer naar beneden, 
kijkt in zijn ogen. 
Ze vertellen je dat hij betrouwbaar zou kunnen zijn. 
Maar je wilt toch voorzichtig zijn. 
Je zegt dat je naar zijn auto rijdt als hij de weg wijst. 
Je zegt niets over je startkabel. 
 
De man opent de motorkap van zijn auto, 
probeert zijn auto te starten. 
Je hoort een langzaam knarsend geluid. 
Je weet dat het hopeloos is. 
Je krijgt medelijden met hem, 
En je pakt je kabel.

Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

The Verhalenkaravaan is an initiative of the Bibliotheek Amstelland and is made possible in part by contributions from the residents of Amstelland.