In het holst van de nacht

Door: Michael Pantlin

In het licht van de volle maan werden de weggetjes steeds smaller. Ze vervaagden tot paden en uiteindelijk tot voetpaden. Takken krasten langs de zijkanten van de auto, hun schrapende geluiden snijdend door mijn oren. De stem van de navigatie leidde ons verder in de schaduw van hoge heggen, langs diepe gaten in het pad, terwijl mijn vertrouwen in die stem begon te wankelen. De B&B-eigenaar had gezegd dat we vooral niet het bord naar Glampton moesten volgen, maar het bord met de tekst ‘Ongeschikt voor motorvoertuigen’– het pad dat nergens heen leek te leiden.

Tussen zwarte silhouetten van struiken zagen we witte muren in de maanlicht, een uitnodigende cottage die ons wenkte. We stopten, pakten onze nachtelijke benodigdheden en strompelden over de oneffen bestrating, tastend langs de witte muur naar de voordeur. De sleutel zat nog in het slot. Binnen ontdekten we een badkamer links en een slaapkamer rechts. Het was tijd om ons te wassen en naar bed te gaan. Mijn toiletspullen legde ik op de vensterbank, de baardtrimmer er naast, klaar voor de ochtend. Ik deed de slaapkamergordijnen dicht, maar liet een spleetje open voor een straal maanlicht op het bed. Een eenzame uil in de verte doorbrak de absolute stilte. Het bed was comfortabel, en ik viel in een diepe slaap.

Een vreemd doordringend geluid wekte me. De maan was verdwenen, de duisternis had haar greep versterkt. Het geluid was ver weg, maar toch te dichtbij om te negeren. Een continu geluid, als boren, metaal op metaal. Ik was er zeker van dat ik de deur op slot had gedaan. Stilletjes stapte ik uit bed en opende voorzichtig de slaapkamerdeur. Mijn vrouw werd wakker. “Misschien probeert iemand in te breken,” fluisterde ze met een trilling in haar stem. 

Bevend bewoog ik me naar de hal, het zaklampje van naast mijn bed in mijn hand. Het geluid leek luider, als een boor die door mijn zenuwen sneed. Ik gluurde om de hoek naar de voordeur en liep in de richting van het slot. Twee stappen verder nam het geluid af – dus daar kwam het niet vandaan. Ik keerde terug naar de hal en sloop naar de keuken, verwachtend iets angstaanjagends aan te treffen. Het geluid was minder daar. Waar kwam het dan vandaan?

Terug in de hal liep ik langs de badkamer. Mijn vingers raakten de deur en ik voelde een trilling. Tril ik, of trilt de deur? Zachtjes duwde ik de deur open en het geluid kwam me tegemoet. Het griezelige getril deed mijn hart sneller kloppen. Ik zwaaide het licht van mijn zaklamp rond, maar zag niets bijzonders. Ik stapte naar binnen en spitste mijn oren richting het raam. Was er iemand buiten aan het werk, midden in de nacht? Ik ging dichter bij het raam staan. Nee, het kwam van binnen maar van waar?

Ik richtte mijn hoofd in de richting van de bron, naar de vensterbank toe. Daar zag ik mijn baardtrimmer. Het was spontaan aangegaan! Wat een herrie in de stilte van de nacht!

Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

The Verhalenkaravaan is an initiative of the Bibliotheek Amstelland and is made possible in part by contributions from the residents of Amstelland.