Er was ooit een heel groot woud met allemaal mooie bomen.
Er waren wilgen, eiken, berken nog veel meer er was ook een den het was de enige den in het bos.
Vergeleken met de anderen bomen was de den echt een onderkruipsel een miezerig klein boompje.
Niemand vond de den mooi. De dieren in het bos liepen er gewoon langs zonder op of om te kijken.
Maar die kerst gebeurden er een wonder. De kerstman vloog met zijn arrenslee over het woud en zag de den staan en vond dat het boompje er maar triest uitzag. Hij haalde kaarsjes te voorschijn en versierde de den. Ook slingers en ander versiersel kwam in de boom.
Na afloop zag de boom er zo mooi uit dat de volgende dag (kerstmis) alle mensen in het dorp verderop kwamen kijken. Ze wonden de den zo mooi dat ze er een traditie van maakte, met kerst zetten de mensen een versierde den in huis.