Garandul

Door: Joke Harte-Bosma

Hoorde zij daar de bel? Er wordt nooit aangebeld, er komt bijna nooit iemand sinds haar man was overleden. Echt eenzaam was ze niet, ze las veel boeken. Via het raampje in de voordeur kon zij de straat goed overzien. Het enige dat zij zag was een jongetje op een fiets. Met zijn gele laarsjes en zijn olijke oogopslag zag dat er stoer uit. Zij knipoogje naar het ventje en stak een duim omhoog. Leuk joch, dacht ze. Toen zij het raampje wilde sluiten voelde zij weerstand. Een soort wind? Ze duwde stevig tegen het raampje, bijna had zij het dicht toen zij plots een gromgeluid hoorde. Daar schrok ze zo van dat ze het raampje losliet en zo floepte het weer open. Het leek of de wind naar binnen rolde. Versuft van schrik stond ze in haar halletje. Om van de schrik bij te komen kneep ze haar ogen dicht, haalde driemaal (yoga-oefening) adem, nu kon ze met gemak het raampje sluiten.

Terug in de kamer zag zij het boek openliggen. ‘Ik ga weer lezen,’ dacht ze en pakte haar boek en zocht de bladzij waar zij was gebleven. Eenmaal weer in haar boek verdiept zag ze uit haar ooghoeken iets over de grond rollen maar zo gauw ze beter keek was er niets te zien. Het zal wel door het spannende boek komen. Maar steeds weer zag ze iets rollen. Was het een kaars? Waar bleef dat ding en waar verdween het steeds weer? Zij klapte het boek dicht, sloeg haar armen over elkaar en ging zitten wachten. Daar ging de bel. Het jongetje met de gele laarzen staat voor haar deur met z’n fiets aan de hand. Heeft u mijn GARANDUL gezien, mevrouw? En voor ze het door had was het jongetje onder haar armen door naar binnengeglipt. Verbijsterd over zoveel brutaliteit (opeens vond ze het geen leuk joch meer) liep ze naar de huiskamer waar het jongetje op zijn buik voor de piano lag. GARANDUL, waar zit je? Een kat, een hond? Wat riep dat joch?

Al gauw kwam er onder de piano een platte schijf tevoorschijn die al even snel in een bolletje veranderde. Het leek wel tovenarij!  Met bol en al installeerde de jongen zich op de bank waar hij-voor de vrouw onverstaanbare-gesprekken mee voerde. Hij was helemaal in de ban van z’n (zoals hij het object noemde) GARANDUL.

De vrouw liet het maar op zijn beloop, het zag er schattig en onschuldig uit. Hier past wel een glaasje limonade bij en dat vond het jongetje ook wel. Alsof hij daarvan wakker werd, in ieder geval begon hij te vertellen. Hij was de GARANDUL in een weiland tegengekomen en ze waren gezellig aan de babbel geraakt. De GARANDUL luisterde heel goed naar hem en zo waren ze dikke vriendjes geworden maar toen hij met zijn vriendje thuiskwam mocht de GARANDUL ervan zijn moeder niet binnenkomen. Vreemd raar ding wat moest je daarmee? Daarom was hij bijna altijd buiten om samen met z’n vriendje kunnen zijn en nu zocht hij eigenlijk een onderkomen voor de nacht voor zijn GARANDUL  want de GARANDUL kon zich wel supergoed verstoppen maar hij kon ook flink geluid maken. Ja, echt een probleem. Op dat moment begon de haan te kraaien en het jongetje had gelijk de oplossing: ‘Mag mijn GARANDUL bij de kippen en de haan slapen?’

‘Ga maar vragen,’ zei de mevrouw. In een geheimtaal stond het jongetje met de haan (hij is tenslotte de leider in de ren) te praten en niet veel later rolde de GARANDUL het hok binnen. Er werd gelijk druk getokt en gekraaid. Welkom, welkom, zo “vertaalde” de vrouw het kippengeluid. Sindsdien komt het jongetje iedere ochtend zijn GARANDUL bij de vrouw ophalen en gaat de GARANDUL ’s avonds met de kippen op stok. Zo is er een levenslange vriendschap ontstaan.

GARANDUL is vriendelijkheid, naïviteit

Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

The Verhalenkaravaan is an initiative of the Bibliotheek Amstelland and is made possible in part by contributions from the residents of Amstelland.