Dit verhaal zal niet eenvoudig en verre van gemakkelijk zijn, maar een paar jaar geleden is er een einde gekomen aan een connectie – een verbinding die een belangrijke plaats in mijn hart innam. Als ik zeg dat we “uit elkaar gingen”, bedoel ik dat we samen een aantal grote obstakels hebben overwonnen. Sommigen zouden het ermee eens zijn dat ze levens veranderend waren, en anderen zouden denken dat het allemaal niet zo’n groot probleem was. Maar deze fase van mijn leven was moeilijk te vermijden.
Als ik terugdenk aan toen we samen in de tuin zaten met ijsthee en een cheesecake, was elke hap alsof we weer een zoete herinnering verorberden die we samen in dit leven deelden. Herinneringen ophalen aan tijden waarin we elk moment van elke dag vastgrepen en het leven voor ons een grote uitdaging was.
Toen je het niet meer aan kon, belde je me en vroeg je me om bij je te komen zitten en je hand in de mijne te houden. Ik had geluk dat je me, ondanks de dagelijkse strijd die je moest doorstaan, troost bood. Ik voelde enorm veel dankbaarheid dat je me naast je wilde hebben terwijl je door deze moeilijke tijd ging. Samen de complexiteit van het leven aanpakken met waardigheid en eenvoud, leerde je me hoe ik dat voor mezelf kon doen.
Elke keer dat ik op bezoek kwam, hadden we het altijd over boeken. We deelden wat we lazen en wat het volgende boek zou moeten zijn. Vaak hield je een stapel boeken bij die je met me wilde delen, las je een aantal van je favoriete passages die je markeerde met een fluorescerende stift en een post-it om te onthouden op welke pagina het stond. Je schreef vaak wat het met je deed en wat voor gevoel het je gaf. Je had momenten waarop je het vergat, maar je was altijd voorbereid. Je vertelde me waarom deze verhalen belangrijk voor je waren en over hun impact, “Nog maar een paar, dan geef ik het aan je door“.
Onze laatste ontmoeting was een paar jaar geleden toen je in een van de fauteuils zat met uitzicht op je tuin, die nog in volle bloei stond. Je vertelde de tuinman dat hij nog wat onkruid moest plukken, het gazon nog wat meer moest harken en de rozenstruiken meer moest ondersteunen.
Je droeg een strohoed en een overhemd met knopen. Je droeg je haar in een paardenstaart en je sandalen. Je zag je bloemen groeien tot oneindige lengtes, kleuren die in elkaar overvloeiden, verschillende vormen en maten die elkaar aanvulden en geuren die mij herinnerde aan vroeger. Vlak voordat ik naar je toe liep, bleef ik een tijdje staan staren, wetende dat dit de laatste keer zou zijn dat ik je zo zou zien. Ik herinner me tijden dat je mijn verhalen vertelde over hoe je je tuin het beste kon onderhouden. Ik heb nooit een tuin gehad en ik kon amper twee planten in leven houden, laat staan een hele achtertuin. De enige paar die altijd langer leefden dan ze zouden moeten, waren vetplanten, cactussen, zonnebloemen, korenbloemen en chrysanten. Je had een grote verscheidenheid aan zonnebloemen, van felgeel met donkere harten tot oker en oranjeachtig. Je zorgde er altijd voor dat de tuinman een bosje klaar had staan voor mij om mee naar huis te nemen. Ik was vroeger bloemist, maar ik ben mijn groene vingers al lang geleden verloren.
Ik kwam naast je zitten, de geur van de geraniums drong mijn neus binnen, het kalmeerde me op de een of andere manier. Voordat je me met je liet praten, vertelde je me al dingen die ik moest weten over het onderhouden van een tuin. Van verdelen en graven tot het splitsen van de planten. Je vertelde me welk gereedschap ik het beste kon gebruiken, zodat ik geen bladeren, wortels of de bloem zelf zou beschadigen. En hoe vaak je ze water moest geven om het beste resultaat te krijgen. Toch liet je me niet uitspreken. Terwijl je me bleef vertellen wat het doel was van deze methode en waarom je dit zo leuk vond, zat ik daar maar te luisteren. Uiteindelijk zou je twee of vier nieuwe planten uit één krijgen. Je vertelde me dat een van je favoriete dingen was om het onkruid eruit te halen, gehurkt voor de borders te zitten, nooit handschoenen te dragen en ze één voor één eruit te halen. De beste manier was om ze met je blote handen te plukken en de aarde tussen je vingers te voelen, dat vond je het fijnst.
En toch kon ik er geen woord tussen krijgen. Je pakte mijn hand en ik wist dat dit de laatste keer zou zijn dat ik die greep weer zou voelen. Misschien was er niet veel meer te zeggen, maar veel woorden bleven ongezegd. Je ademhaling ging van regelmatig naar oppervlakkig, maar ik hield die houding aan, ik wist dat dit moment uiteindelijk zou komen. Op 27-jarige leeftijd wist ik het niet, ik dacht er niet aan en laat staan dat ik het voelde. Je glimlachte naar me met een glimlach die alleen jij kon geven, een glimlach die zo vertrouwd werd door de jaren heen. Dit was de eerste keer dat ik iemand zag vertrekken.
Jij was het. De eerste persoon van wie ik afscheid moest nemen. De persoon met wie ik ben opgegroeid, degene die mij het leven schonk . Ik wilde je zoveel meer vertellen dan alleen over de dagelijkse strubbelingen of welk boek ik heb gelezen en Ik bleef naar je kijken. Je huilde niet en je verbood me dat ook te doen. Je werd langzaam getransporteerd naar een parallel universum. Een lichaam dat ik nog steeds voel, maar dat niet meer spreekt of op me reageert. We leven op een andere tijdlijn en houden andere ritmes aan. We leven niet meer in synchroon of ademen dezelfde lucht in. Je geeft me geen lezingen of vertelt me niet meer wat ik moet doen of hoe ik de juiste keuzen moet maken.
Een ziel die boven mij zweeft, vrij van pijn en eindelijk in vrede. Ik bleef glimlachen terwijl ik de zoute smaak van mijn tranen proefde. Je hand lijkt nog steeds alsof het in de mijne is, een greep waarvan ik de intensiteit niet meer voel.
Het is moeilijk als je iemand verliest van wie je houdt, ongeacht wat de cultuur of maatschappij je zegt, dat je niet zou mogen rouwen langer dan wat hoort of de persoon zou mogen missen. Rouw verzwakt je. Ik voel hoe het mijn lichaam binnensluipt en druk op me uitoefent en mijn hart sneller laat kloppen. Ik snak naar adem, maar ik stik bijna tot op het punt waar ik geen lucht meer krijg. Verdriet sluipt naar me toe en dringt mijn lichaam binnen, het nestelt zich in mijn darmen en wordt moeilijk om te verteren. Ik voel dat ik moet overgeven. Dit verdriet wordt onderdeel van mijn botten en stroomt door mijn aderen als een rivier van pijn, een rivier van herinneringen aan hoe het leven vroeger was.
Maar het is goed om te weten dat wanneer je een beetje van die persoon nog in jezelf ziet, je dan een stap terug doet en ziet dat ze weer volledig in je hart voortleven. Het is oké om een beetje heimwee te hebben naar de persoon die je verloren bent. De tranen dat je huilt, zullen je troost bieden en je opluchting bieden, hydrateren en uiteindelijk uitputten en na een tijdje zullen ze je een beter gevoel geven.