De Grote Geluksmaker

Door: Yvonne van der Veldt

Je opent de workshop en ik ben blij je te zien. Zoals je daar op het podium staat, vol zelfvertrouwen, heel veel kracht. Ik vind je op slag een van de aantrekkelijkste mannen die ik ooit gezien heb. Terwijl je niet knap bent. Dat komt door je grote neus. Maar je bent zo natuurlijk, zuiver en stoer. Je hebt de manchetten van je overhemd open. En man die dat doet moet wel ongelofelijk sensueel zijn. Ik voel een sensatie in mijn lijf. Als de workshopsessie in de grote zaal is afgelopen en iedereen zich een weg zoekt naar de grote hal, speelt er een nummer van Angelique Kidjo. Ik zing het nummer mee terwijl ik langs je loop om naar het toilet te gaan. Je reageert verbaasd: “Ken jij?” “Ja. Angelique Kidjo.” lach ik. 


Ik loop terug door de grote zaal naar de grote hal en je loopt met mij mee de trap af. Ik weet niet meer waar we het over hebben, want ik ben niet meer op aarde. Beneden aangekomen begin jij een verhaal over een vroeger klasgenootje. “Ken je dat? Dat je jong bent en verliefd, maar dat durf je dan niet te zeggen. Later hoor je dan dat de ander ook verliefd op jou was. Maar ja, woorden maken het soms zo moeilijk. Het gaat uiteindelijk allemaal om gevoel en om muziek.” Je loopt door. Ik voel de energie door mijn lijf gieren.



Met de workshopsessie ‘Wie ben ik?’ heb ik moeite. Ik weet niet wie ik ben. Ik weet wel wat ik doe. Maar doen betekent nog niet dat je dit of dat dan direct ook bént. Ik kom uit op: ‘Ik ben allesomvattende liefde’. Niet meer en niet minder. Jij staat op het podium en neemt het woord en legt uit: “Eigenlijk zijn we niks en zijn we alles. Bij iedere invulling van wie wij zijn, zijn we bezig met zoals de ander ons ziet. Of zoals wij denken dat de ander ons ziet. Wij zijn allemaal hetzelfde.” 


Je vervolgt je verhaal. Het is mij allemaal bekend wat je zegt en ik ervaar wederom een explosie van energie in mijn lijf. Daar staat iemand die precies woorden geeft aan het gevoel dat ik in mij meedraag. Die betekenis geven aan mijn verhaal, mijn gevoel en mijn gedachten. Ik merk dat ik mij ontspan. Ik heb vertrouwen in mijzelf. Ik bedenk mijzelf dat ik, wanneer ik je weer zal tegenkomen, uit te spreken dat ik je een ontzettend lekker ding vind. 


Na de sessie, terwijl iedereen zich in de gang verzamelt om naar het diner te gaan, loop jij mij voorbij. Ik reageer: “Dat is ook toevallig, ik zat net te bedenken om jou te vertellen wat voor lekker ding jij bent.” Je kijkt verbaasd (of je doet verbaasd) maar dankt mij voor het compliment.

Na het diner hebben wij een groepsmeditatie. Jij neemt er niet aan deel, maar zit achter de draaitafel. Ik kan het niet laten om naar je te kijken. Je bent zo onbereikbaar en toch voel ik je dichtbij. Het valt mij op dat je de hele tijd met je handen bij je gezicht zit. Je bijt op je nagels of je vingers. Het lijkt wel alsof je je zorgen maakt.



De volgende ochtend tijdens de ochtendsessie geef jij de opdracht om iedereen te blinddoeken en met onze coaches naar de lunchzaal te gaan om te lunchen. Ik krijg het direct Spaans benauwd en verzet mij tegen de oplaaiende emoties. Ik weet dat het geen zin heeft om ertegen te vechten en laat mijn verzet los. Ik verander binnen 1/100 van een seconde in een kleine baby, weerloos, machteloos, in paniek, niet wetend waar vandaan, niet weten waarnaartoe. En die geluiden. Afschuwelijk. Ze komen bij mij binnen als kanonschoten, keer op keer, keer op keer. Ik ben overgeleverd aan alles en iedereen. Ik versteen aan de binnenkant. Mijn hoofd doet zeer, waar ben ik, wie ben ik, wie is daar? Ik zie mijzelf liggen in een witte box, de donkerte heeft zich om mij heen gesloten. Niemand ziet mij, ik voel mij verlaten. Ik laat mijn verdriet de vrije loop, de verwarring maakt zich van mij meester, ik zal er doorheen moeten gaan, ik zal mijzelf moeten vinden. Waar ben ik? Waar is mijn kracht? Ik weet dat ik hem heb, zal hem moeten vinden. Ik voel mij enigszins vertrouwd met het gevoel dat er niemand zal zijn die inziet waar ik doorheen ga. Ik herbeleef gevoelens waarvan ik niet wist dat ik ze had en nu ze zich manifesteren herken ik ze zo duidelijk. Iedere andere deelnemer heeft zich inmiddels aangepast aan de ‘blinde’ omstandigheid, ieder heeft zijn manier gevonden. Ik zal ook mijn manier vinden. 


Het geluid in de eetzaal wordt minder, neemt af, de meeste gaan naar buiten. Ik wil ook naar buiten, de frisse lucht in. Voetje voor voetje schuifel ik door de gangen, op meters afstand ‘voel’ ik dat er iets aankomt, een deur, een gordijn, ik merk alles op en schrik ervan. Dan ineens sta ik buiten, op het gras. Ik wil zonder coach lopen en hou daarom mijn handen gestrekt voor mij uit. En dan plots: schrik! En direct weer enorme energiescheut door mijn lijf. Mijn handen voelen jouw borst door het T-shirt heen. Je pakt mijn handen en trekt mij naar je toe. Ik betast je armen, je schouders, ik wil het zeker weten. Ik ga met mijn vingers over je borst terwijl die enorme energie door mijn lijf blijft razen, ik voel je benen, je billen, strijk over je haar en als laatste voel ik je aan je neus. Jij! Jij bent het! 
Ik heb al die tijd niets gezegd, ik kan niets zeggen, nu ook niet tegen jou. Ieder woord verstoort, mijn lichaam heeft jouw vraag allang gehoord. Je neemt mij mee. Van het gras af naar binnen, de gangen weer in. Je praat zachtjes tegen mij: “Nu komt er hier een deur en hier gaan we links. Wat heb je blauwe handen? Van de kou?”



Op slag ben ik rustig, is er rust in mijn lichaam. Je stem geeft mij een ongelofelijk veilig gevoel. Het lawaai van de anderen sterft weg op de achtergrond, het wordt stiller en stiller. Je leidt mij een kamer binnen en zet mij in het midden van de kamer. Ik hoor je fluisteren, we zijn niet alleen!? Dan pak je mij op in je armen en legt mij met zo ongelofelijk veel liefde languit op de grond. Ik voel mij een prinses die door een prins op het bed gelegd wordt. Ik voelde mij zo’n kostbaar bezit en je deed zo voorzichtig met mij, alsof je bang was dat ik zou breken.



Iemand pakt mijn voeten op en legt deze op de CHI-machine. Mijn lichaam schudt heen en weer. Eerst mijn voeten, dan mijn benen en dan mijn bovenlichaam. En voor ik het weet en kan beseffen, ben ik mijn moeder. Ik lig op het ziekenhuisbed, ik heb het koud van de ijsdeken waar ik op lig. Ik lig enorm te trillen omdat ik het koud heb. Nu ik dit zo ervaar, weet ik zeker dat jij ons gehoord hebt, dat heb ik nu beleeft. In die tijd dat jij in het ziekenhuis lag en ik jouw naam uitsprak, reageerde jij met je ogen. De internisten vertelden mij dat dit nog signalen vanuit het ruggenmerg waren. Maar toen ik je zei dat je je ogen dicht kon doen, deed je dit direct. Drie dagen later hebben ze jouw behandeling stopgezet en ben je voor de 2e keer overleden.

Ondertussen masseer jij mijn vingers en streel je mijn haar en raak je mijn gezicht aan. Je geeft een klein kusje op mijn voorhoofd en vraagt mij op te gaan staan wanneer ik daaraantoe ben. Je pakt mijn hand vast en we lopen stilletjes naar de grote zaal. Jij zegt: “Het is voor het eerst dat papa te laat is”.



Ik zeg: “Dank je wel” en kus de bovenkant van je hand. Dan laat ik je los en stap jij de menigte in, baant je een weg naar het podium en opent de volgende workshop.


Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

The Verhalenkaravaan is an initiative of the Bibliotheek Amstelland and is made possible in part by contributions from the residents of Amstelland.