Belevenis van een baby

Door: Bunny Kelk

Gisteren was ik 8 maanden en 3 dagen. 8 is mooi, een lemniscaat, geen begin, geen einde. 3 is leuk als je het omkeert is het een E en ik heet Emma. Ik was vroeg wakker en aan het grijs-groene licht zag ik dat het nog vroeg was. Ik moest mezelf dus nog even vermaken.

Vroeger probeerde ik de figuren op het behang te tellen. Op het behang zijn roze eenhoorns, blauwe elfen, groene vlinders en gele hazen. Het wordt verkocht aan toekomstige ouders onder het mom dat het rustgevend is voor babies. Ik probeerde te tellen of op een vierkante meter evenveel eenhoorns als elfen als vlinders als hazen voorkwamen. Maar elke keer raakte ik de tel kwijt. Nu ga ik de spijltjes van mijn bed links vermenigvuldigen met de spijltjes van rechts dat deel ik dan door de spijltjes aan het voeteneind en vermenigvuldig dat dan met 2/3 van de spijltjes aan het hoofdeinde, dan worteltrekken.

Toen kwam mamma. Gelukkig, want ik stonk ontzettend. Ik ga in bad en dan legt ze me op de commode en dan….en dan… dan blaast ze op mijn buik! Ze kijkt me lachend aan en daar ik een beleefde baby ben lach ik terug. Maar ik vraag je, zie je dat ooit volwassenen bij elkaar doen!!

Later gaan we boodschappen doen. Ik lig lekker in mijn wagentje en kijk naar de lucht, de gevels. We gaan meestal de zelfde weg en ik moet goed opletten op een uithangbord. “Bakker uw slager”. Dat vinden volwassenen leuk. Dan ontmoet mamma een kennis, ze staan te praten en onderwijl rijdt mamma mijn wagentje aldoor heen en weer. Naar achteren en weer naar voren, de lucht gaat heen en weer, de gevels bewegen en ik word er een beetje wee van. Dan gaan we naar het park. Ik ben dol op het park, de bomen , de vogels , de zon op mijn gezicht, heerlijk. Dan zegt mamma “oh wat een zon” en ze zet de kap van mijn wagentje overeind. Daar zit ik dan met die zwarte huif over mijn hoofd en zij gaat in de zon zitten. Ik mag nog blij zijn dat het niet regent dan legt ze een dik doorzichtig plastic over mijn wagentje. Het is dat ik geen aanleg heb voor claustrofobie maar het wordt knap benauwd onder dat plastic en het kan wel doorzichtig zijn, maar het is net of je een bril met verkeerde glazen op krijgt. Alles is wazig en beweegt. Als het regent maakt dat een lawaai op dat plastic en als het heel hard regent zie ik echt niets meer en lekt het in bij mijn voeten.

In het park heeft ze een afspraak met een vriendin en gaan ze koffiedrinken. Ik ben een beleefde baby anders zou ik mijn vingers in mijn oren stoppen, zo’n dom gepraat. Ik pruttel wat in mijn wagentje en mamma tilt me eruit en zet me op haar schoot en geeft ze me hapjes slagroom en cake. Als ze weer verder kwekken, pak ik het lepeltje en sla er mee op het tafeltje. De vriendin kijkt mijn moeder aan en vraagt “moet dat”? Mamma draait zo dat ik niet meer bij het tafeltje kan, dan ga ik maar op het lepeltje zuigen, het smaakt nog lekker naar koffie. De vriendin roept verschrikt “ze heeft de lepel in haar mond”! Ja wat denkt ze dan dat je met een lepel moet doen. Of denkt ze dat ik de lepel in zijn geheel doorslik. Weg lepel.

Drie keer in de week werkt mamma, terwijl zij de deur uitholt komt Thijs binnen. Thijs is de buurjongen van hiernaast, hij is 17 jaar en komt op me passen. Hij wuift naar me en zegt “zo mormel”. Ik zit in mijn kooi dat zij een box noemen, wat is erger. Thijs zit op de bank en van een tot drie speelt hij spelletjes op zijn telefoon. Ik ga lekker liggen luisteren, ik ken de melodietjes van zijn spelletjes, de toonladder omhoog als hij wint, omlaag als hij verliest.

Om drie uur staat hij op en met zijn telefoon in zijn hand haalt hij een ligakoek en een bekertje sinaasappelsap, mijn 3 uurtje. Ik ben een baby die keurig eet, maar als Thijs er is ga ik aan die ligakoek zitten sabbelen. Ik veeg mijn mond af, ik wrijf even door mijn haar, veeg mijn handen aan mijn truitje af en dat doe ik expres. Thijs krijgt 3 euro per uur om op mij te passen en daar mag hij wel wat voor doen. Hij moet nu mijn gezicht en mijn handen wassen en mijn truitje verschonen. Als hij mijn truitje uittrekt houd ik mijn armen zo stijf mogelijk, als hij mijn schone truitje aantrekt, houd ik mijn armen zo slap mogelijk. Na veel gezucht, zijnerzijds, en tien minuten later is hij klaar. Hij zet me weer in mijn kooi, maar dat is niet de afspraak dus ik ga weer pruttelen. Hij zit alweer op de bank met zijn telefoon en zucht weer. “Ja mormel ik leg je in bed” . Hij laat de deur van mijn kamer en de deur van de woonkamer open, hij moet ten slotte op me passen. Aan de geluiden die nu uit zijn telefoon komen, neem ik aan dat hij porno kijkt. Daar val ik lekker bij in slaap.

Om zes uur komt pappa me uit bed halen. “Zo kleine meid, we gaan eten. “Heleen, ze stinkt ontzettend” en hij geeft me aan mamma. Pappa noch Thijs zullen me ooit verschonen. Als mamma werkt eten ze dozenvoer. Mamma geeft me een korstje van haar pizza, lekker, dat krijg ik wel weg met mijn vijf en een halve tand. Dan zegt mamma met een zucht “ik ben vergeten wat groente voor haar te koken”. Pappa zegt “dan geef je haar toch een potje”. Ik zie het potje en lees het etiket Bruine bonen met Appelmoes. De persoon die die combinatie heeft uitgevonden moet levenslang krijgen en ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds dit eten. Bruine bonen met Appelmoes! Ik zie potjes staan bij de afdeling babyvoeding, Worteltjes met Caviaar, Bloemkool met Shitake, Spinazie met Gambas, maar die krijg ik nooit.

Na het eten gaat pappa in zijn luie stoel de krant lezen en mamma ligt op de bank een tijdschrift te lezen. Binnen vijf minuten slapen ze en zit ik me te vervelen. Ik gooi eerst mijn aapje uit de kooi. Nou ja aapje, een echte apenmoeder zou er geen aapje in herkennen. Dan mijn geruite hond, verboden bij kynologische clubs. Mijn minivoetbal met een belletje erin, jammer genoeg valt hij op de aap en geeft weinig geluid. Dan mijn blauwe plastic paard. Mijn paarse pluchen krokodil gooi ik nooit, ik wil niet dat er stof, virussen of bacteriën aan komen want ik zuig altijd op zijn staart. Dan mijn laatste middel, aan een kant van mijn kooi hangt een koord met allemaal afschuwelijke plastic dingen. Aangezien ik nog niet kan staan kruip ik naar die kant, leg mijn luierkont tegen de tralies, doe mijn benen omhoog en steek mijn voeten onder het koord dat ik zo ver mogelijk van de tralies trek en dan trek ik vlug mijn benen naar beneden en dan klettert het koord tegen de tralies. Iedereen wakker.

Ik zit bij pappa op schoot en leun tegen zijn rechterarm, in zijn linker heeft hij de krant en leest de beursberichten. Altijd interessant, ik kijk even hoe de AEX ervoor staat. Dan zit ik bij mamma en mag ik aan het lepeltje likken, zij denkt dat ik dat doe omdat ik tanden krijg, maar ik vind koffie zo lekker.
Dan ga ik naar bed. Mamma zingt een slaapliedje, geen conservatorium. Net als ik in mijn eerste slaap kom, gaat de bel. Oh hemel, visite. Gekakel in de gang, in de kamer. Mamma haalt me uit bed. “Ach wat een schatje, Wat wordt ze groot, Oh haar haar gaat krullen”. De familie van mamma’s kant zegt “Heleen, wat lijkt ze op jou”. De familie van pappa’s kant zegt “ Niek, wat lijkt ze op jou”. Dan wordt ik aan een mevrouw die oma heet gegeven en die zoent me op mijn hoofd, dan een oude meneer met een witte baard, die zoent me op mijn hoofd terwijl zijn baard voor mijn ogen hangt. Zo ga ik rond, een mevrouw aait over mijn wang “Wat is je wangetje zacht”, nou dat kan ik van haar vinger niet zeggen. Een ander knijpt in mijn dijbeen “Wat heeft ze nog een lekkere dikke babybeentjes”, ik houd me in om niet te zeggen “U hebt ze gehouden”. Dan krijg ik nog een bekertje sinaasappelsap en gaat mamma me in bed leggen. Bij de deur draait ze zich om en zegt tegen me “wuif maar”. Ze pakt mijn hand en maakt er wuifbewegingen mee. De hele kamer zwaait als een gek terug alsof ik met het vliegtuig voor drie jaar naar Nieuw-Zeeland ga.

Dan lig ik eindelijk weer in bed. Ik ben toch zo kwaad, zo kwaad, nee ik ben woedend, ik heb het gevoel dat er een slijmlaag op mijn hoofd ligt van al die vieze zoenen, ik heb pijn onder mijn armen van al dat opgetil en doorgeven. Ik schreeuw van woede, dat doet me goed en ik schreeuw weer. Mamma komt binnen gehold, “Ach mijn lieverdje ,was het te veel voor je “. Ze tilt me op en legt me tegen haar aan en klopt me op mijn rug wat je niet moet doen bij iemand die net een bekertje vrij zuur sinaasappelsap op heeft. Ik spuug het halve bekertje over haar schouder, Mamma zegt geïrriteerd, terwijl ze me in bed legt “He, nu moet ik me weer verkleden”. Ik zie hier niet het bezwaar van in. Ze staat ’s ochtends voor de spiegel, aangekleed en dan zegt ze “Nee, daar heb ik vandaag geen zin in” en dan trekt ze wat anders aan en dan verandert ze weer van boven- of onderstuk. Nou, dat was gisteren en nu ben ik 8 maanden en 4 dagen.


Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

The Verhalenkaravaan is an initiative of the Bibliotheek Amstelland and is made possible in part by contributions from the residents of Amstelland.