Een dierbare ontmoeting

Door: Joke Harte-Bosma

Boven de bomen zag ik plots de torentjes van het klooster opdoemen. Het maakte me zó blij. Ik was de uitputting nabij. De hitte van de dag had de fietstocht extra zwaar gemaakt.

Nu zat ik tussen de koele muren van een klooster te genieten van een trappist. Samen met het vloeibare goud, stroomde er een gevoel van trots mijn lijf in. Al snel schoven er andere pelgrim-fietssters aan.  We wisselden onze belevenissen van de dag. ‘Oei, wat was het heet, snik heet, eigenlijk niet verantwoord.’

Eén dame opperde: ‘We hebben het toch maar gedaan, we hebben ’t gered, dames. Het was een eenzame tocht en het moge gek klinken: ’t was fijn. Vooral het vrijheidsgevoel deed me goed. Even geen zorgen.’  

Na wat over en weer gebabbel zei ik: ‘Ik ga even de benen strekken om dat vrije gevoel vast te houden.’

Opstaan viel flink tegen want ik voelde dat de trappist behoorlijk in mijn benen zat.

‘Gaat het wel?’ vroeg een van de dames bezorgd.

‘O zeker,’ antwoordde ik zo stoer mogelijk.

‘Je loopt anders wel de verkeerde kant uit! Ga jij niet naar je kamertje om te douchen?’

‘Nee,’ zei ik subiet. Ik ga naar een kristalhelder stromend beekje om daar verkoeling te vinden. Onder het laatste bruggetje, vlak bij het klooster. Ik schat zo’n 5 minuten lopen.

Het viel niet mee om de zware kloosterdeur te openen maar de andere pelgrim-dames hielpen me. Ik hoorde de deur achter me in het slot vallen én ik hoorde voetstappen in het grind.

‘Liepen ze nou achter me aan? Heb ik daar wel zin in?’ dacht ik enigszins wrevelig.

Het was toch verder dan gedacht. Maar inderdaad: even over het bruggetje hoorde ik het water kabbelen.

‘Hoe komen we daarbij?’ vroeg een van de dames zich af.

Warempel, daar in de diepte was een geitenpaadje. Er waren kennelijk meer mensen voor ons geweest. Wij waren bepaald niet de eerste.

Na een paar voorzichtige stappen vonden we plekken om te zitten. Al snel gingen de schoenen en sokken uit. ‘Koud man, echt koud,’ hoorde ik iemand verschrikt roepen.

‘Maar ook heerlijk verfrissend.’

‘Hier krijg je alvast een paar spetters.’

Waarna de paar spetters heel veel spetters werden. Onze shirts en korte broeken, we werden tot op het lijf kleddernat. Het verhoogde zichtbaar onze pret.

‘Ik voel me kind worden, vrij en onnadenkend.’ Voor ik het zelf wist dook ik helemaal het ijskoude water in. En niet veel later lagen we alle drie als kleuters te spetteren en spartelen. De waterdruppels werden door de zon omgetoverd in kleine diamantjes.

Niet veel later gingen wij het water uit om onderkoeling te voorkomen.

En toen vielen we stil totdat één van de vrouwen begon te vertellen. Het water had haar tong vrijgemaakt en haar tong had de tongen van de andere vrouw en die van mij losgemaakt?

Er kwamen meer verhalen, drie levensverhalen, er werd naar elkaar geluisterd, er werden géén vragen gesteld. Het waren diverse verhalen, droeve verhalen, mooie verhalen maar vooral verhalen van krachtige vrouwen, vrouwen met moed, met doorzettingsvermogen.

Opeens werd het donker. Praktisch gelijk keken we om hoog. Daar stond een in het zwartgeklede geestelijke? met wit boordje om zijn hals.

‘Hebben jullie die man ook gezien? Hoe lang staat hij daar al?’

Tijd om het hem te vragen kregen we niet want het figuur was weer verdwenen. Ons in opperste verbazing achterlatend.

Ons enige antwoord was: lachen, hysterisch lachen, tranen biggelden over onze wangen.

‘Hoor dames,’ zei ik met mijn wijsvinger bij mijn oor  ‘het klokje van gehoorzaamheid klingelt, etenstijd.’

Vóór het opstaan zei ik: ‘Wij lijken wel de drie Gratiën. Laten we dat in gedachte houden.’

Zelf dacht ik: ‘Zo blij dat ik jullie niet heb teruggewezen.

’n Bijzonder dierbare ontmoeting waar ik nog steeds moed uit put.

’n Ontmoeting voor het leven.

Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

De Verhalenkaravaan is een initiatief van de Bibliotheek Amstelland en komt mede tot stand dankzij de inbreng van de inwoners van Amstelland.