Mijn dierenliefde is altijd grenzeloos geweest. Toen ik op 8-jarige leeftijd voorzichtig een vlieg uit de thee redde met mijn vinger, wisten mijn ouders dat het DNA van mijn tuinierende oma niet verloren was gegaan. Omdat ik nog geen hond mocht, kwam ik triomfantelijk thuis met twee schattige kleine witte muisjes. Wij werden alle drie onmiddellijk verbannen naar de kelder, waar ik van een kartonnen doos een huis bouwde dat achteraf niet muisproef bleek te zijn. Er was geen seksuele voorlichting nodig, de muizen deden het uitgebreid voor. Wanneer zouden er jongen komen? Ik maakte een tabel met data en wachtte af. Wat bleek: 20 dagen! Dat was nog eens wat anders dan bij de buurvrouw. Ik zat bij de bevalling met mijn neus erbovenop. Volgende stap: als ik er nou eens een zwarte muis bij zette? Kwamen er dan grijze muizen? Naar de dierenwinkel.
Onmiddellijk werd de nieuwe bewoner in het muizenhuis stevig omhelsd en werd het afwachten. 20 dagen. Het zal u niet zo verbazen als het mij deed, er werden een witte en drie zwarte muizen geboren. De wet van de erfelijkheid, en ik had nog nooit van Mendel gehoord.
Verdere experimenten werden hardvochtig afgebroken door mijn ouders, ik moest alle opa’s en oma’s, kinderen en inmiddels kleinkinderen verwijderen. Dat is niet helemaal gelukt. Wij zijn inmiddels naar Amstelveen verhuisd, waar wij sinds kort een muizenplaag hebben. En daar kan ik dus helemaal niets aan doen.