Op zaterdag vroeg in de ochtend weerkaatsten de eerste zonnestralen op de salontafel. Er lagen wat willekeurige dingen. De autosleutels, de krant van vorige week, wat kleingeld, Post-its, een markeerstift, een schaar en kladversies van brieven die ik wilde schrijven, maar nooit afmaakte.
De krant lag open op de pagina waar mensen hun advertenties konden plaatsen. Ik las een advertentie met de tekst: “Op zoek naar een persoon om van te houden”. Ik weet niet waarom ik er minutenlang naar staarde, ik vond vermakelijk en maakte me zelfs aan het lachen. Ik betrapte mezelf erop dat ik het telefoonnummer in begon te toetsen. Een nummer dat maar al te bekend was, een nummer dat op mijn scherm verscheen, elke keer wanneer jij mij belde.
Niemand nam op en de telefoon bleef maar rinkelen. Ik voelde de spanning in mijn spieren en een borrelend onderbuik gevoel. Na een paar minuten hield het op. Hoge piepgeluiden op het antwoordapparaat drongen mijn oor binnen. Nog voordat ik mijn naam in kon spreken, werd er opgenomen. Ik hoorde een zucht net alsof iemand van plan was om wat te zeggen en verder niets. Maar het voelde net een wildvuur van binnen, mijn hart brandde maar door. Mijn kat speelde lang genoeg met de telefoonsnoer om de hoorn op de grond te gooien. Dat is haar manier om me terug te pakken. Om mij te laten weten dat ze honger had.
De volgende paar uur voelde alsof ik mijn adem een paar seconden moest inhouden. Ik checkte mijn telefoon om de paar seconden om te zien of iemand terug zou bellen. ‘s Middags ging ik naar de markt om boodschappen te doen. In plaats van alles wat op mijn lijstje stond te kopen, kocht ik alleen een bos bloemen. Bloemen vrolijken me altijd op, vooral zonnebloemen. Hun geelkleurige bloemblaadjes en donkerbruine hart vormen een mooi contrast. In mijn achterzak begon mijn telefoon signalen te versturen. Het had zomaar kunnen zijn dat jij diegene was die me probeerde te bellen, tenminste dat was wat ik hoopte. Ik legde mijn hand op mijn achterzak en liet ‘m nog even afgaan. Later op de avond draaide ik hetzelfde nummer, alleen maar om diezelfde zucht opnieuw te horen. De zon ging onder en wenste me welterusten, en de nacht begroette me zachtjes. Ik lag op de bank bij het raam en krulde me op en deed alsof ik mijn kat was. Geeuwend en strekkend viel ik uiteindelijk in slaap.
Dromend dat je in mijn keuken stond te drinken van mijn goede wijn, die ik voor mezelf had gekocht voor momenten dat ik me beter over mezelf moest voelen. Plotseling werd ik wakker, knipperde met een wazige blik en staarde naar de rommel op de salontafel. Ik dacht bij mijzelf hoe de rommel een reflectie was op mijn eigen leven. De woonkamer was donker en de stadslichten waren de enigen die door het raam op mijn gezicht schenen en de muren leken net op een tekening van waterverf.
Terwijl ik schrijf, gaan mijn gedachten langzaam over in verschillende processen. Het leek alsof het niemands schuld was en dat we beide ook niet veel keus hadden. Sommige plekken, sommige huizen en sommige verhalen begroeten ons van veraf. Ze begroeten ons met een handdruk, sturen ansichtkaarten, delen iets dat op een glimlach lijkt of plakken op onze huid als een hete zomerdag. Ik herinner me dat ik wakker werd en de slaap uit mijn ogen wreef, en jij glimlachte naar me en vertelde dat ik ondanks de omstandigheden ik er nog steeds goed uitzag. Maar zelfs dat, was nog steeds een droom.
Ik denk dat ik lang bang ben geweest om intiem te zijn met iemand, wat ik al heel lang niet meer ben geweest. Daardoor raak je gewend aan dingen of je hebt ze helemaal niet meer. Een paar jaar geleden zag ik er anders uit en voelde ik me ook anders. Ondanks de angst en aarzeling dragen onze lichamen zoveel geschiedenis met zich mee dat ze bepalen wie we zijn en hoe we eindigen. Onze lichamen zullen ons niet in de steek laten, want ze zijn het enige die altijd eerlijk tegen ons blijven. De vreemde complexiteiten en de verwachtingen die ik mezelf opleg, en de manieren waarop ze botsen met wat ik wil. Ik negeer stress, het ongemak, de pijn en de druk die het op me legt om genoegen te nemen met de “normale” dingen in het leven. Uitdagingen, verlangens en de tegenslag van hoe het leven zou moeten zijn. Ik denk erover na en ik stort in een plas van ellende. De gewoontes van de maatschappij en de behoefte om het idee na te jagen dat het nodig is om gelukkig te zijn.
Ik wil terug naar tijden waarin er geen behoefte was aan al die brieven of verhalen te schrijven over meteoren en regenstormen. Of nutteloze feiten te delen over regenwouden, sneeuwstromen of zelf over het Noordpoolgebied. Of de verscheidenheid aan wilde bloemen die in tegenstelling tot mensen toch blijven bestaan. Of over de angst dat ik het niet goed zal doen.
….De telefoon stuurde wederom nog een ander signaal. Misschien dat ik deze keer wel zou opnemen.