D e  K u i l

Door: Martin Spaargaren

Dit verhaal, ‘De Kuil’ ken ik al… vijftig jaar? Ik heb het gehoord van mijn vader, Willem ‘de Timmerman’. Dit is voor zover ik weet de eerste uitgeschreven versie. Ik heb het verhaal in Duitsland verteld en daar geloofden ze er niets van. Nee, in België ook niet, laat staan hier in Nederland.
Maar het is toch echt écht gebeurd!

Martin Spaargaren
(Bovenkerk, 2026)

TToen onze opa’s en oma’s zo jong waren, dat ze nog moesten leren fietsen, woonde er op de dijk een kruidenier. Zijn naam was Krelis Kreike. Zijn winkel lag naast de tocht en vanaf de weg liep er een talud naar de tocht toe.

Iedere dinsdag kwam de vuilniswagen langs om het huisvuil ophalen, ook het vuil dat uit de winkel kwam. En eerlijk gezegd: dat was best veel! De chauffeur van de wagen heette Bens en de bijrijder, degene die de bakken in de bak leeg kieperde heette Boem.

Die dinsdag was een natte, winderige dag. Het was nog donker en koud. Bijna iedereen lag nog lekker te maffen, maar Bens en Boem ronkten al langs de straten, van vuilnisbak naar vuilnisbak. Bens achter het stuur, Boem kieperde de bakken leeg. Ook die van kruidenier Kreike en dit keer waren het er wel drie.

Maar hoe het precies kwam weet niemand –misschien werden de vuilnisbakken door Boem slordig langs op de dijk teruggezet, misschien nam de wind ze te grazen– in ieder geval rolden alle drie de bakken van kruidenier Krelis om, tuimelden het talud af en landden met grote plons in de plomp. Bens had niets in de gaten en Boem ook niet, die keken naar de vuilnisbakken die verderop langs de dijk stonden, want die moesten óók leeg. Wat er achter ze gebeurde? Ze hadden geen idee.

De winkel van Krelis Kreike ging om negen uur ’s morgens open en Krelis had voor die tijd nog allerlei dingen te doen. Eén van die dingen op dinsdagochtend was: de vuilnisbakken van de weg halen en opzij van zijn winkel terug zetten. Toen hij buiten stond –in de kou, in de regen, het begon net een beetje licht te worden– waren ze weg. Krelis zette stomverbaasd zijn pet af en krabbelde zich op zijn bol, want waar waren die vuilnisbakken nou gebleven?! Hij keek links… en vond niets. Hij keek rechts… ook niets.

Hoe kan dat!? Heeft buurman Siep er misschien een grap mee uitgehaald door ze te verstoppen? Maar buurman Siep liep net met z’n hond aan de lijn langs. Hij zei dat hij de bakken niet had gezien, want hij was de andere kant op gelopen. “Toch heel vreemd allemaal, Krelis” zei buurman Siep peinzend. Samen zochten ze tijdje verder en toen het licht genoeg was zag buurman Siep, die de waterkant afzocht, de vuilnisbakken in het water liggen!

“Buurman!” riep hij, “kom-es kijken! Ze leggen daarzo in de plomp!” en hij wees. En inderdaad: daar lagen ze, gebutst en gedeukt.

Dat was niet best. Kruidenier Krelis had de vuilnisbakken hard nodig, dus vroeg hij aan buurman Siep of hij misschien een hark had, of iets met een haak aan een lange stok, zodat hij kon proberen de vuilnisbakken uit het water te sleuren. De buurman had een hark en het lukte om één vuilnisbak te pakken te krijgen. Maar omdat die vol zat met modder konden Krelis noch buurman Siep die bak aan land krijgen. De andere twee ook niet, want ze waren domweg niet sterk genoeg.

Zwetend liepen ze naar de winkel van Krelis. Die zette koffie en hij bedankte buurman Siep voor zijn hulp. “Jammer dat het voor niks was, Krelis.” Maar de koffie smaakte goed.

Toen buurman Siep weer weg was, dacht Krelis: “Wat nu?” Hij liep nadenkend rondjes door de winkel, totdat hij een goed idee kreeg! Dat idee zag er zo uit:

Krelis hield zijn winkel nog even gesloten. Hij hing een papiertje op de deur waarop stond “ZO TERUG!” “Vanmiddag maar weer verder kijken,” zei hij tegen zijn pen. Zijn pen was het daarmee eens. Krelis pakte vervolgens de telefoon van de haak. Aan de andere kant van de lijn nam zijn broer Krijn op. Krijn werkte op het gemeentehuis en “als ze ergens nieuwe vuilnisbakken hebben, dan is het daar wel,” dacht Krelis.

Krelis vertelde Krijn wat er was gebeurd en vroeg om nieuwe vuilnisbakken en natuurlijk om mensen of gereedschap om de modderbakken uit het water te halen.

“Ja, ja, broertje”, zei Krijn, “ik snap het probleem. Maar er is één moeilijkheid: we hebben geen nieuwe vuilnisbakken meer. Niet één! Én we hebben zieken op het werk, we raken nu al achterop!”

Krelis dacht even na en vroeg toen: “Wanneer krijg je weer nieuwe?” – “Nou ik denk dat ze er… vrijdagmiddag wel weer zijn.” – “Juist,” zei Krelis, maar hij was helemaal niet blij. Vijf dagen zonder vuilnisbakken!? “Waar laat ik zolang mijn afval? Je weet dat ik iedere week nogal veel van dat spul heb. Een week zonder vuilnisbakken? Dan moet ik de hele week dicht blijven – dat kan echt niet!”

Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn en toen kwam Krijn met de oplossing: “Okay, broertje, let op. Als jij nou eens een mooie kuil graaft in je tuin, laten we zeggen drie meter lang, twee meter diep én breed. Daar gooi je zolang je afval in. Vrijdagmiddag komen we bij je langs met drie nieuwe vuilnisbakken. We halen je kuil leeg met een happertje, we dreggen de oude vuilnisbakken voor reparatie uit het water en klaar is Kees!”

Het was een geweldig plan. Die dinsdag bleef de winkel dicht en stond Krelis ’s middags stoer te scheppen in zijn tuin. En het ging best goed! Drie meter lang was bijna gelukt, de breedte was bijna goed en de diepte – nou… dat was nog wel een stief kwartiertje werk! Al met al was Krelis best tevreden en dapper schepte hij verder.

Vrijdagochtend kreeg Krelis een telefoontje van het stadhuis. Het was zijn broer Krijn, die zei: “Hoi Krelis! Vanmiddag om een uur of drie? Komt dat uit?” Ja, dat kwam uit en om even voor drie uur hoorde Krelis het vrachtwagentje aan komen knorren, Bens achter het stuur en Boem er naast. Eerst pakten ze de nieuwe, glimmende vuilnisbakken van de wagen. Toen haalden ze met het happertje de kuil leeg en daarna lukte het de modderbakken uit het water te vissen. Natuurlijk kregen Bens en Boem een grote bak koffie en ze reden tevreden terug naar de gemeentewerkplaats.

Maar nu wist kruidenier Krelis Kreike het even niet meer. Bens en Boem waren weg, buurman Siep was ergens op visite, z’n broer nam de telefoon niet op… Wat moest hij nou met die kuil? Niemand om het aan te vragen! Want wees nou eerlijk: het was een prachtige kuil! Mooie rechte wanden, een vlakke vloer op exact twee meter diepte… én het was een gigantisch karwij geweest om die kuil te graven! Hij had lopen zweten als een otter! Zonde van al dat werk, en om die kuil zomaar weer dicht te gooien… Nee dus! Maar wat nu?

Krelis Kreike ging rondjes lopen in zijn winkel, dan kon hij beter nadenken. Dat had de vorige keer ook goed gewerkt. En halverwege z’n zesde rondje wist hij het! Hij zou de kuil… verkopen! Há!

In een aanrechtkastje, over de roodkokers gevouwen, wist hij nog een Nieuwe Meerbode te liggen… Hebbes! Nu de Kabaaltjes… gevonden! Als je in Aalsmeer van je kinderfiets af wilt, of op zoek bent naar een mooie mand voor de hond of een kanariekooi: zet een Kabaaltje in de Nieuwe Meerbode en de kans is groot dat je een mooie kanariekooi te pakken krijgt. Of een kinderfiets voor de hond, natuurlijk.

Krelis knipte aandachtig het bonnetje uit de krant en dacht even na over wat hij er precies in moest zetten. Het moest in één keer goed zijn, natuurlijk, want als er een foutje in zat – ja, dan kon hij wel eens met zijn kuil blijven zitten; niemand die hem zou willen kopen!

Daarom:

KUIL TE KOOP
TEGEN ZEER REDELIJKE PRIJS
2 x 2 x 3 mtr. i.z.g.s.
Krelis Kreike–02977-116284

Tevreden met het resultaat stapte Krelis Kreike op de fiets en gooide zijn Kabaaltje bij de Nieuwe Meerbode in de bus. Onderweg bedacht hij zich, dat het enige dat hij nu nog kon doen, was afwachten of een koper zich zou aandienen.

Het was een tuinder, ene Kees Gerards uit De Kwakel, vlak bij Uithoorn. Op de vrijdag na het verschijnen van de krant hing hij enthousiast bij Krelis Kreike aan de telefoon.

“Het is niet te geloven, Krelis –mag ik Krelis zeggen?– die kuil is exact wat ik zoek! Precies de goeie afmetingen, precies de goede kleisoort, weinig zand dus zijn de wanden goed stevig – ik heb het allemaal opgezocht en uitgezocht!”

Dat vond kruidenier Krelis Kreike natuurlijk prachtig en ze spraken af dat Kees morgen al met een vrachtwagentje zou langskomen. Hij was er al om negen uur. Hij parkeerde zijn wagen voor de deur van de winkel. Hij pakte toen twee scherpgeslepen spades uit de achterbak en haalde twee oranje spanbanden uit de cabine. Kort na de koffie stonden Kees Gerards en Krelis Kreike samen te zweten om de kuil uit de tuin te graven. En dat lukte wonderwel. Lastiger was het om de kuil achterop het vrachtwagentje te krijgen, maar met hulp van buurman Siep en zijn hond lukte ook dat. De spanbanden werden goed vast gesjord; de kuil zat nu muurvast en kon onder het rijden nergens meer heen. De koop werd gesloten en Kees Gerards reed terug naar De Kwakel, spinnend als een kat in het zonnetje. Toen onze opa’s en oma’s nog moesten leren fietsen, was er maar één weg tussen Aalsmeer en De Kwakel die je met een vrachtwagen kon berijden. Dat was de Provinciale Weg. En over die Provinciale Weg ligt –nog steeds– een zware metalen brug. Toen Kees Gerards met zijn kuil achterop zijn vrachtwagentje, onder die brug door wilde rijden, bleek de brug te laag te zijn voor de kuil! De kuil denderde tegen de brug aan, de spanbanden begaven het en de kuil viel op de weg. Tuinder Kees Gerards schrok

Wil je contact opnemen? Stuur een mail naar info@verhalenkaravaan.nl

De Verhalenkaravaan is een initiatief van de Bibliotheek Amstelland en komt mede tot stand dankzij de inbreng van de inwoners van Amstelland.